Actua: spanningen in de Balkan 

Op 10 december 2022 zal het 10 jaar geleden zijn dat de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede won. Die prijs mocht toen in ontvangst genomen worden door het triumviraat Van Rompuy, Schulz en Barroso (respectievelijk voorzitter van de Europese Raad, voorzitter van het Europees Parlement en Commissievoorzitter) omdat de EU zichzelf toen al voor meer dan 60 jaar opwierp als voorvechter van democratie en mensenrechten en een aanzienlijke bijdrage leverde voor vrede en verzoening op het Europees continent. Vandaag, zo’n 10 jaar later, staat er al meer dan 70 jaar vrede op de teller, wat ons op het internationale toneel de nodige faam oplevert.

Toch mogen we ook een kritische houding aannemen: waar de EU een trekkersrol speelt om vrede tussen de Europese lidstaten te bewerkstelligen, schiet ze vaak hopeloos tekort op het internationale toneel. Met haar status als economische reus, politieke dwerg en militaire worm dwong de Europese Unie zichzelf in de jaren 90, in een context van de golfoorlogen en de opgelopen spanningen in Joegoslavië, om die Buitenlandse poot van haar beleid verder uit te bouwen. Ook vandaag staat er opnieuw heel wat druk op dat buitenlandbeleid. In de eerste plaats door de oorlog in Oekraïne, maar ook elders lopen de spanningen hoog op.

Kosovo en Servië: oud zeer of nooit echt weggeweest?

Terwijl de EU haar blik nu al enkele maanden onafgebroken op Oekraïne lijkt te richten, lopen de spanningen opnieuw erg hoog op in de Balkan, meer bepaald tussen Kosovo en Servië. Kosovo wordt sinds 2008 door de Europese Unie als onafhankelijk land erkend wordt. Maar het land telt een minderheid aan Kosovaarse Serviërs, waarvan een deel weigert te erkennen dat Kosovo niet langer een Servische provincie maar een onafhankelijke staat is. Ook Servië zelf erkent de Kosovaarse onafhankelijkheid niet. Dit leidde de afgelopen dagen opnieuw tot spanningen. De Kosovaarse overheid besliste immers om regels in te voeren die stellen dat Kosovaarse-Serven die door Kosovo rijden een Kosovaarse nummerplaat (en dus geen Servische) moeten hebben en dat Serven die naar Kosovo reizen over een speciale identificatie moeten beschikken. Deze regels bestaan omgekeerd trouwens ook aan Servische zijde. Dit leidde tot protesten onder de Servische minderheid met onder andere illegale wegblokkades. In reactie hierop werden grensposten gesloten en kwamen er politieacties aan weerszijden van de Servisch-Kosovaarse grens. Ook zou er op Kosovaarse politiediensten geschoten zijn, naar eigen zeggen door misdadigers die op Servisch bevel werken.

In het licht van de oorlog in Oekraïne en de oplopende spanningen tussen Rusland en het westen dreigt ook dit conflict een internationaal kantje te krijgen. Rusland steunt Servië sinds de onafhankelijkheid van het land in de jaren 90 (dit past in wat Rusland beschrijft als de bescherming van de Slavische broedervolken). Russische autoriteiten spreken dan ook van ongeziene discriminatie van Serven door de Kosovaarse overheid. Langs Servische zijde valt een retoriek op die wel erg begint te lijken op die van Rusland. De Servische president liet weten vrede te verkiezen, maar moest het op vechten aankomen zal Servië volgens hem winnen. Een Servisch parlementslid stelde zelfs dat dit wel eens het begin zou kunnen zijn van de door Servië getrokken denazificatie van de Balkan.

Tegelijkertijd heeft de NAVO, het militaire blok van Westerse landen, tot op vandaag de KFOR missie lopen op Kosovaars grondgebied. In 1999 kwamen er immers Navo-troepen tussen beide nadat het Servisch leger de toen nog autonome Servische provincie Kosovo binnenviel en er slaags geraakte met Albanese guerrillastrijders. De aanwezige militairen zijn opnieuw erg waakzaam en kregen de boodschap om in te grijpen als de spanningen te hoog op zouden lopen.

Ondertussen liet de Kosovaarse overheid weten de maatregelen uit te stellen tot september, wat tot de-escalatie leidde aan Servische zijde. Beide landen zetten na een jaar radiostilte ook hun door de EU gefaciliteerde dialoog verder. Hoewel er de afgelopen 11 jaar, sinds het begin van de gesprekken, weinig concrete vooruitgang werd geboekt, probeert de EU, in de figuur van Joseph Borrell (Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid) toch om de vrede in de regio te garanderen door mogelijke spanningen tijdig aan te kaarten in het gezamenlijke overleg.

Zijsprong: ook in Bosnië-Herzegovina lopen de spanningen hoog op

Ook in Bosnië-Herzegovina liepen de spanningen eerder dit jaar hoog op toen de Bosnische Serviërs de federale regering (onder leiding van drie presidenten – een Bosniër, een Kroaat en een Serviër) volledig verlamde nadat er een wet werd goedgekeurd die zegt dat het verboden is om de genocide in Srebrenica te ontkennen. Tijdens die genocide werden heel wat Bosnische mannen en jongens om het leven gebracht door Servische troepen. Milorad Dodik, leider van de Bosnische Serviërs, sprak toen klare taal en dreigde om enkele federale bevoegdheden – waaronder defensie en justitie – door te schuiven naar het Servische deelgebied Republika Srpska. Hij kan uiteraard rekenen op steun van Poetin, maar ook op steun van Hongarije en Slovenië.

Of deze Bosnisch-Servische boycot zelf gesteund wordt door Rusland is officieel niet geweten. Wel heeft de Russische overheid baat bij dit soort instabiliteit op het Europese continent: spanningen in Bosnië-Herzegovina verkleinen immers de kans dat het eengemaakt land toe kan treden tot de EU.

Ook tussen Bosnië-Herzegovina en Kroatië is de relatie gespannen. De Kroaten bouwden immers een nieuwe brug, waardoor je niet langer door Bosnië-Herzegovina moet rijden om het Kroatische Dubrovnik (tot voor kort een enclave) te bereiken. Kritische Bosnische stemmen stellen dan weer dat de brug de al erg kleine toegang tot de zee voor Bosnië blokkeert. Hoewel ook deze discussie vooral symbolisch lijkt, kunnen de spanningen erg reële uitlatingen creëren.

Woelig water aan de buitengrens geeft zuurstof aan interne dissidenten

Terwijl het aan de buitengrenzen van de EU steeds grimmiger lijkt te worden, lopen ook intern de spanningen op. Enkele weken terug haalde Viktor Orban de krantenkoppen nadat hij zijn voorkeur uitte voor een etnisch zuiver Hongarije. Dit na reeds anti-migratie, antisemitische en anti-lgbtq standpunten in genomen te hebben. Het maakt Orban tot Europa’s meest controversiële – maar zeer populaire leider. Want hoewel Hongarije met heel wat interne problemen kampt (zo zijn er de hoge inflatie, de nijpende energieprijzen, …) en snakt naar de geblokkeerde subsidies uit het Europees herstelfonds, lijkt Orbans macht na zijn laatste verkiezingsoverwinning nog wel voor even verzekerd te zijn.

In diezelfde toespraak sprak Orban ook over de ondergang van het westen en de gevaarlijke periode van oorlog en geweld waarin we volgens hem in terecht zullen komen. Hij misprees dan ook de Europese steun aan Oekraïne, en stelde dat we de oorlog zo zelf mee in stand zullen houden.

Conclusie

Terwijl alle blikken op Oekraïne gericht lijken te zijn, mogen we niet vergeten dat het conflict tussen Rusland en het westen zich ook op andere ‘fronten’ begint te manifesteren. Rusland speelt een steeds assertievere (en in Oekraïne agressievere) rol op het internationale toneel. Tegelijkertijd focust de VS zich op de oplopende spanningen met China (die deze week opnieuw hoog opliepen door het ‘onverwachte’ bezoek van Nancy Pelosi aan Taiwan). Voor de EU lijkt eenheid nu belangrijker dan ooit, in een poging om voldoende tegenwicht de kunnen bieden in deze machtsstrijd.

Anderzijds doen dissidenten zoals Orban vragen rijzen over de afweging tussen Europese eenheid en legitimiteit. Moet de EU kost wat kost haar eenheid behouden, of treden we best strenger op tegen dissidenten? 

Campagne Thuis in Europa

Herbekijk de debatten